blok top

 
 

Deze 5 dingen moeten werkgevers weten over de nieuwe privacywet

De nationale Privacywetgeving (Wet bescherming persoonsgegevens - Wbp) wordt in mei 2018 vervangen door een Europese wet: de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Door de AVG zijn persoonsgegevens van alle EU-inwoners straks op dezelfde wijze beschermd. De nieuwe wet sluit ook beter aan bij de huidige technologische mogelijkheden.

Beeld Deze 5 dingen moeten werkgevers weten over de nieuwe privacywet

Werkgevers leggen persoonlijke informatie van hun werknemers vast. Voor de verwerking van de persoonsgegevens gelden vanaf mei strengere regels. Wat zijn de vijf belangrijkste wijzigingen voor de werkgever?

  1. Meer vastleggen
    Elke organisatie moet kunnen aantonen dat zij in overeenstemming met de regels van de AVG handelen. Uw personeelsadministratie speelt hierbij een rol. Maar ook personeelsdossiers en uitwisseling van data met derden moeten beschermd worden. Met een verwerkingsregister kunt u bijhouden (en aantonen) wat er binnen uw organisatie gebeurt met de persoonsgegevens van uw werknemers. Overigens kunnen uw werknemers opvragen welke gegevens u van hen vastlegt. Gewenste correcties dient u vanzelfsprekend door te voeren.
     
  2. Meer en vaker vernietigen
    Bewaar gegevens niet langer dan nodig! Uitgangspunt van de AVG is 'dataminimalisatie': u mag niet meer gegevens vragen én vastleggen dan strikt noodzakelijk. Wanneer er geen doel of wettelijke grondslag (meer) aanwezig is moeten de gegevens worden vernietigd.
     
  3. DPO-rol
    Als werkgever verwerkt u op grote schaal gegevens van uw werknemers. Daarom bent u verplicht een Data Protection Officer (DPO) te benoemen. De DPO is verantwoordelijk voor de bescherming van persoonsgegevens en controleert of uw organisatie volgens de regels van de AVG handelt. U kunt iemand aanstellen binnen de organisatie, maar de rol mag ook worden uitbesteed aan een externe partij.
     
  4. Fikse boete
    Goed omgaan met de privacyregels is belangrijk. Houdt u zich niet aan de regels dan kan er een boete van maximaal 20 miljoen euro (of 4 procent van de totale wereldwijde omzet) opgelegd worden.
     
  5. Privacy bescherming is altijd topprioriteit
    Houd bij alles in het oog dat persoonsgegevens goed worden beschermd. Neem technische en organisatorische maatregelen om te waarborgen dat u de privacy van uw werknemers goed beschermt. Stel uzelf bij elk nieuw HR project als eerste de vraag wat de risico’s zijn voor de privacy van uw werknemers en pas hier uw beleid en procedures op aan.
 
 
 Wet op de Basisregistratie Ondergrond (BRO) van kracht

 

Bron: Rijkswaterstaat Bodem+



Vanaf 1 januari 2018 geldt de Wet op de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Om dat mogelijk te maken, is op 22 december 2017 het besluit BRO gepubliceerd in de Staatscourant. De BRO gaat het o.a. mogelijk maken om digitale ruimtelijke GeoInformatiemodellen in te zetten bij beleidsafwegingen.



Bestuursorganen (inclusief ZBO’s) hebben vanaf 1 januari 2018 de wettelijke taak om gegevens over de ondergrond aan te leveren. De BRO werkt volgens een groeimodel. De eerste 3 van de beoogde 28 registratieobjecten zijn nu al operationeel: geotechnische sonderingsonderzoeken, grondwatermonitoringsputten en bodemkundige boormonster-profielen. In de komende jaren komen steeds meer registratieobjecten beschikbaar.

Ook is er een Bronhoudersportaal beschikbaar gesteld om op eenduidige wijze te kunnen aanleveren. De website www.basisregistratieondergrond.nl is de officiële bron voor informatie.

Waarom de BRO?
De Nederlandse ondergrond wordt intensief gebruikt, o.a. voor drinkwaterwinning, ondergronds transport en delfstoffenwinning. Ook is de toestand van de ondergrond van belang bij bovengrondse activiteiten zoals stedenbouw, woningbouw en de aanleg van infrastructuur. Bovendien komen er steeds meer gebruiksmogelijkheden van de ondergrond bij, zoals de winning van aardwarmte, de opslag van CO2 en warmte- en koudeopslag.

Om goed onderbouwde beleidskeuzes te kunnen maken over het gebruik van de ondergrond, heeft de overheid de juiste gegevens nodig. Daar gaat de BRO voor zorgen.

Efficiëntere overheid
Informatie over de ondergrond is nu in beheer bij verschillende organisaties. Ook daardoor zijn de gegevens niet op dezelfde manier gedigitaliseerd, gestandaardiseerd en geharmoniseerd. De BRO brengt alle gegevens op één plek bij elkaar en stelt ze via één loket beschikbaar. Voor de integrale afweging van beleidskeuzes over gebiedsinrichting wordt het steeds belangrijker om digitale ruimtelijke informatiemodellen te kunnen gebruiken.

Dankzij de BRO kan de overheid efficiënter opereren. Informatie-uitwisseling tussen overheden verbetert, gegevens worden hergebruikt en dubbel onderzoek wordt voorkomen. Vanuit het ministerie zijn meerdere Proof of Concepts van projecten beschikbaar.

Wet BRO van kracht per 1 januari 2018
De BRO is vanaf 1 januari 2018 van kracht. De BRO legt gegevens over de ondergrond vast en deze registratie maakt onderdeel uit van het Stelsel van Basisregistraties van Nederland. Ook opgenomen zijn onder meer gegevens over adressen, gebouwen, topografie en kadastrale gegevens.

Gefaseerde invoer BRO
De BRO bestaat in totaal uit een nu beoogde 28 registratieobjecten. Deze komen in vier jaarlijkse tranches beschikbaar. Op 1 januari 2018 zijn de eerste 3 registratieobjecten uit tranche 1 vrijgegeven, te weten CPT- Geotechnisch sondeeronderzoek, GMW- Grondwatermeetput, BHR- Bodemkundig Boormonsterprofiel. Aan het eind van de vierjarige periode staan alle gegevens over de Nederlandse ondergrond op één plek bij elkaar.

De website www.basisregistratieondergrond.nl is de officiële bron voor informatie namens het ministerie.

Voor catalogi, standaarden en technische informatie kan ook detailinformatie gevonden worden op de site www.geonovum.nl of op de website van TNO. TNO-GDN is door de minister aangewezen als beheerder voor de Landelijke Voorziening BRO, zie de website www.BROinfo.nl 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Sinds 1 mei is het realiteit: de afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en de komst van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). 

Modelovereenkomsten 
Partijen kunnen een modelovereenkomst met elkaar sluiten. Om een eigen overeenkomst de status van modelovereenkomst te laten krijgen, moet deze worden getoetst en goedgekeurd door de Belastingdienst. Dit is niet verplicht, maar uit het nieuwe systeem volgt dat een opdrachtgever door het werken met een modelovereenkomst gevrijwaard is van naheffingen. Op deze 'vrijwaring' valt het nodige af te dingen. Als de uitvoering van de modelovereenkomst namelijk anders is dan in de modelovereenkomst weergegeven, wordt de opdrachtgever alsnog met naheffingen geconfronteerd. Als een intermediair de zzp'er plaatst bij de opdrachtgever, dan geldt die tussenkomende partij als opdrachtgever en dus drager van het risico. En dat risico is niet gering: PWC Tax becijferde al dat voor iedere € 10.000,- die aan de zzp'er betaald is, men een bijkomend risico loopt van € 17.000,-. Bovendien is er het arbeidsrechtelijke risico van een dienstverband, met alle kosten van dien. Denk daarbij aan cao-toepassing, pensioen, een mogelijk onbepaalde tijdscontract, loonbetaling bij ziekte, etc.

blok end
Afsluiting content